De Kerk is geen 'tochtgenoot', maar een schuldenaar: Een reactie op de verdediging van het instituut
In een recente open brief vraagt mr. Paul Quirynen zich af waarom de Kerk belast blijft worden met "alle zonden van Israël". Als vzw Mensenrechten in de Kerk (MRK) is ons antwoord glashelder: omdat de Kerk tot op de dag van vandaag weigert de volledige institutionele verantwoordelijkheid te dragen voor een systeem dat misbruik niet alleen mogelijk maakte, maar decennialang faciliteerde en toedekte. De brief van Quirynen schetst een beeld van een instituut dat "pionier" is in nazorg, maar de realiteit voor het slachtoffer is fundamenteel anders.
Geen enkele van de opgesomde maatregelen – van de arbitrage tot de Stichting Dignity – was een proactief initiatief van de Kerk zelf. Elke euro, elk gesprek en elke knieval is er enkel gekomen onder immense druk van slachtoffers en de schokgolf van producties zoals Godvergeten. Een dader die pas over de brug komt wanneer de publieke opinie hem tegen de muur zet, verdient geen applaus voor zijn "bereidwilligheid". Het is geen ethisch reveil, maar gedwongen crisismanagement.
De bewering dat de Kerk "misschien de veiligste plek in de samenleving" is geworden, is een klap in het gezicht van de slachtoffers. Zolang de machtsstructuren ongewijzigd blijven – het sacrale aura van de priester, de gesloten hiërarchie en het canoniek recht dat in de praktijk nog te vaak boven het burgerlijk recht wordt geplaatst – blijft het risico inherent aan het systeem. De Kerk heeft haar procedures aangepast, maar haar fundamenten niet. Ook de arbitrage, die door de auteurs geprezen wordt, diende in de praktijk vaak als een instrument om grootschalige juridische procedures en publieke verantwoording te vermijden. Slachtoffers werden individueel afgehandeld met vergoedingen die in het niet vallen bij de werkelijke schade, terwijl de Kerk rust en anonimiteit kocht.
Bovendien is de vergelijking met "de rest van de samenleving" een klassiek afleidingsmanoeuvre. Geen enkele andere organisatie heeft een morele claim die zo diep ingrijpt in de opvoeding als de Kerk, en geen enkele andere organisatie heeft een wereldwijd netwerk gebruikt om daders systematisch te versluizen en slachtoffers tot zwijgen te dwingen. Dat de Kerk nu beweert "verder te gaan dan de wet" is geen luxe of gunst, het is het absolute minimum voor een instituut met een dergelijke morele schuldenlast.
Slachtoffers hebben geen behoefte aan kerkelijke medewerkers die "tochtgenoot" willen zijn. Zij eisen een instituut dat de volledige waarheid spreekt: open de archieven, benoem de verantwoordelijken voor het doofpotbeleid en stop met de juridische achterhoedegevechten. De Kerk wordt niet belast met de zonden van anderen; ze wordt geconfronteerd met haar eigen onverwerkte verleden. Zolang de focus ligt op het oppoetsen van het eigen imago in plaats van op onvoorwaardelijke transparantie, blijft elke inspanning slechts een vorm van schadebeperking.