Antwoord op beleidsplan Dignitiy

Mail naar Dignity - 18.12.2025

Beste,

Hierbij bezorgen wij u, in bijlage, onze formele reactie op het beleidsplan dat op maandag werd voorgesteld.

Met deze mail willen wij namens vzw MRK ook een duidelijk en ondubbelzinnig standpunt innemen.

Voor ons is het nu genoeg geweest. Om de woorden van Jean Marc Turine en Bruno Tackels te gebruiken: EH ! BASTA ! C'est terminé Messieurs les cardinaux, les évêques et archevêques de Belgique et d'ailleurs. 

Wij zeggen basta. Niet met ons!

Wij weigeren nog langer meegezogen te worden in eindeloze en vruchteloze overlegstructuren, die vooral lijken te dienen om zichzelf in stand te houden, zonder werkelijke vooruitgang, zonder duidelijke keuzes en zonder merkbare gevolgen.

Evenmin aanvaarden wij dat er – expliciet of impliciet – vanuit de Kerk wordt geclaimd of gesuggereerd dat er gehandeld wordt in overleg met de slachtoffers, wanneer dat overleg in werkelijkheid ontbreekt, selectief is, of niet ernstig wordt genomen. Slachtoffers mogen niet worden ingezet als legitimatie voor processen waar zij geen reële inspraak in hebben.

Wij vragen dan ook met aandrang dat onze positie correct wordt weergegeven en gerespecteerd. vzw MRK zal zich niet langer laten gebruiken als alibi of decorstuk in trajecten die de kern van het probleem ontwijken.

Het bijgevoegde document verwoordt onze inhoudelijke reactie op het voorgestelde beleidsplan.

Deze mail verwoordt onze grens.

vzw MRK beschouwt dit traject niet langer als een open dialoog. Zolang slachtoffers geen reële inspraak, geen machtsdeling en geen onafhankelijke garanties krijgen, nemen wij niet verder deel aan overlegprocessen die enkel dienen om reeds genomen beslissingen te legitimeren. Het voorgestelde beleidsplan kan dan ook op geen enkele wijze worden voorgesteld als tot stand gekomen in overleg met, of met instemming van, vzw MRK of de slachtoffers die wij vertegenwoordigen.

Wij rekenen erop dat dit signaal ernstig wordt genomen.

MRK vraagt uitdrukkelijk een openbare rechtzetting van Dignity waarin duidelijk wordt gemaakt dat het document ten onrechte als beleidsplan wordt voorgesteld en in werkelijkheid slechts een intentieverklaring is.

 

Voor Mensenrechten in de Kerk MRK vzw
Marc Dewit, coördinator van de stuurgroep

Antwoord aan Dignity

1. Fundamentele kwalificatie van het document

1.1 Geen beleidsplan maar een intentieverklaring

Ondanks de titel voldoet het document niet aan de minimale vereisten van een beleidsplan. Het ontbreekt aan:

·       een uitvoeringskalender;

·       concrete tijdslijnen en prioriteiten;

·       meetbare doelstellingen en indicatoren;

·       afdwingbare verantwoordelijkheden;

·       onafhankelijke controle- en handhavingsmechanismen.

Het document herneemt grotendeels wat reeds in het verleden werd aangekondigd of deels uitgevoerd, zonder deze engagementen te vertalen naar nieuwe, bindende en toetsbare verplichtingen.

MRK stelt vast dat dit beleidsplan inhoudelijk een beleidsverklaring is. In een context van structureel falen en langdurige tekortkomingen is dit absoluut onvoldoende.

2. Totstandkoming, timing en legitimiteit

2.0 Manipulatieve timing en schijnparticipatie

MRK stelt vast dat de publicatie van het beleidsplan doelbewust plaatsvindt op een moment dat elke vorm van reële slachtoffersparticipatie onmogelijk maakt. Deze timing is niet louter ongelukkig, maar ondergraaft actief de geloofwaardigheid van het plan.

In de week voorafgaand aan de publicatie werden slachtoffers, op expliciet verzoek van Dignity, dus de Kerk, doorverwezen naar Moderator (vzw) met de opdracht te verkennen of en onder welke voorwaarden verdere dialoog met de Kerk überhaupt nog mogelijk is. De resultaten van dit traject worden pas midden januari verwacht.

Desondanks publiceert Dignity reeds vooraf een beleidsplan dat zich beroept op transparantie, overleg en participatie. Daarmee wordt het consultatieproces feitelijk uitgehold: terwijl slachtoffers wordt gevraagd mee te denken, worden de beleidskaders intussen eenzijdig vastgelegd.

Dit creëert geen participatie, maar schijnparticipatie. Het overleg met slachtoffers fungeert louter als parallel traject, terwijl beslissingen reeds genomen zijn. Participatie wordt achteraf ingeroepen om een vooraf bepaald beleid te legitimeren.

MRK stelt vast dat deze werkwijze het vertrouwen van slachtoffers ernstig schaadt en haaks staat op elementaire beginselen van behoorlijk bestuur en slachtoffersrechten.

2.1 Systematische uitsluiting van onafhankelijke actoren

Het beleidsplan werd opgesteld en publiek verspreid zonder enige voorafgaande consultatie van onafhankelijke slachtofferorganisaties, waaronder MRK.

Deze uitsluiting is niet neutraal, maar structureel. Ze miskent:

·       het internationaal erkende recht van slachtoffers op betekenisvolle participatie;

·       fundamentele beginselen van transparantie en inclusie;

·       de expliciete beleidsambitie tot samenwerking met het middenveld.

Het plan ontbeert daardoor elke maatschappelijke legitimiteit.

2.2 Zelfmandatering en belangenconflict

Dignity eigent zich een allesomvattende rol toe als beleidsmaker, uitvoerder, evaluator én spreekbuis. Deze zelfmandatering, gelegitimeerd via interne kerkelijke goedkeuring, sluit externe controle en onafhankelijke toetsing uit.

Deze rolconcentratie creëert een structureel belangenconflict en bevestigt een gesloten bestuursmodel waarin verantwoording ontbreekt. Vanuit slachtoffersperspectief ondermijnt dit fundamenteel de geloofwaardigheid en het vertrouwen in het gevoerde beleid.

3. Participatie van slachtoffers: consultatie zonder machtsdeling

De fictie van ‘gehoorde slachtoffers’

Het beleidsplan beweert dat de stem van slachtoffers werd gehoord en geïntegreerd. MRK betwist deze bewering expliciet.

Het plan baseert zich daarbij voornamelijk op een beperkte groep van vijftien slachtoffers die door de paus werden ontvangen en nadien werden geconsulteerd. Deze groep werd geselecteerd door kerkelijke instanties, zonder transparante procedure, zonder betrokkenheid van slachtoffersorganisaties en zonder enige representatieve legitimatie.

Deze vijftien personen kunnen niet worden voorgesteld als ‘de slachtoffers’. Hun ervaringen zijn waardevol, maar verschaffen geen mandaat om namens alle slachtoffers te spreken.

MRK stelt vast dat het beleidsplan selectieve consultatie presenteert als brede slachtofferparticipatie. Wie spreekt namens slachtoffers, hoe representativiteit wordt gegarandeerd en hoe kritische of afwijkende stemmen worden meegenomen, blijft volledig onduidelijk.

De zogenoemde participatie beperkt zich tot vrijblijvende consultatie. Slachtoffers beschikken over geen enkele vorm van mede-beslissingsrecht, correctiemechanisme of mogelijkheid om het beleid bij te sturen.

MRK kwalificeert dit als symbolische participatie: een proces dat dient om vooraf vastgelegd beleid te legitimeren, zonder daadwerkelijke machtsdeling.

4. Niet alle slachtoffers worden meegenomen

Het beleidsplan focust hoofdzakelijk op:

·       seksueel misbruik in enge zin;

·       slachtoffers die reeds erkend zijn binnen bestaande structuren, in casu Dignity

Structureel onderbelicht of uitgesloten blijven:

·       slachtoffers die nooit konden of durfden melden;

·       slachtoffers van spiritueel, psychisch en institutioneel misbruik;

·       slachtoffers van machtsmisbruik zonder expliciet seksueel karakter;

·       slachtoffers die geen contact (meer) wensen met kerkelijke instanties;

·       slachtoffers buiten België of buiten erkende structuren.

·       de 30 slachtoffers behandeld in de Commissie Halsberghe.

·       de 374 slachtoffers die in behandeling waren in de Commissie Adriaenssens en die zijn stopgezet door Operatie Kelk.

·       de tientallen slachtoffers die een gemeenschappelijke Classaction startten via advocatenkantoor Van Steenbrugge

·       de slachtoffers die persoonlijk een gerechtszaak hebben gestart

·       Verdwenen en ontvoerde kinderen, gedwongen adopties, geboorten onder X, gedwongen afstandsmoeders...

Deze selectieve afbakening is niet objectief en niet redelijk verantwoord en vormt bijgevolg een schending van het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel, zoals verankerd in onder meer artikelen 10 en 11 van de Belgische Grondwet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

De discriminerende impact is niet louter theoretisch, maar manifesteert zich concreet in de praktijk.
Op basis van het beleidsplan werd een financiële ondersteuning van 3.000 euro toegekend uitsluitend en alleen aan slachtoffers van seksueel misbruik die door Dignity als zodanig werden erkend. Slachtoffers die buiten deze afbakening vallen, ongeacht de ernst of impact van het geleden misbruik, worden categorisch uitgesloten van deze ondersteuning.

Daarenboven bevat het beleidsplan een interne tegenstrijdigheid. Dignity stelt expliciet:
 “De gelijke behandeling tussen slachtoffers binnen en buiten de Kerk moet eveneens gegarandeerd zijn.”

In de feitelijke uitwerking van het beleidsplan wordt deze garantie niet gerealiseerd. Integendeel, er ontstaat een onderscheid tussen categorieën van slachtoffers op basis van hun aansluiting bij bepaalde structuren, de aard van het misbruik, hun bereidheid tot institutioneel contact of de gekozen rechtsgang. Dit onderscheid ontbeert een afdoende juridische rechtvaardiging en leidt tot ongelijke behandeling, niet alleen tussen slachtoffers binnen en buiten de Kerk, maar ook tussen slachtoffers binnen de Kerk zelf.

Bij gebrek aan objectieve en proportionele criteria ondermijnt deze aanpak zowel de rechtszekerheid als de rechtsgelijkheid van slachtoffers en tast zij de juridische houdbaarheid en geloofwaardigheid van het beleidsplan fundamenteel aan.

 

5. Herstel: institutioneel afgebakend

Herstel wordt in het plan voornamelijk ingevuld via zorg, erkenning en financiële tegemoetkoming. Slachtoffers kunnen kiezen binnen dit kader, maar bepalen het kader niet zelf.

Internationale mensenrechtennormen vereisen herstel via:

·       waarheid;

·       gerechtigheid;

·       genoegdoening;

·       garanties van niet-herhaling.

Het beleidsplan blijft vooral steken op zorg en genoegdoening en biedt onvoldoende garanties op waarheid en gerechtigheid.

MRK stelt duidelijk: waarheidsvinding en archieftoegang kunnen niet afhangen van discretionaire beoordeling binnen kerkelijke hiërarchieën.

Hoewel het plan spreekt over betere archivering en toegang tot dossiers, ontbreekt:

·       een expliciet recht op waarheid;

·       een actieve waarheidsplicht van de Kerk;

·       onafhankelijke toetsing bij geschillen over inzage;

·       systematische analyse van patronen en institutionele verantwoordelijkheid.

Slachtoffers blijven afhankelijk van door de instelling bepaalde grenzen.

6. De vier pijlers: herhaling zonder uitvoering

Het beleidsplan presenteert vier pijlers als ‘de horizon’ voor de komende jaren. MRK stelt vast dat deze pijlers geen beleidsvernieuwing bevatten, maar een herformulering zijn van eerdere beloftes die niet of onvoldoende werden uitgevoerd. In praktijk blijven ze vaag, vrijblijvend en weinig effectief.

6.1 Pijler 1 – Aanspreekpunten en lotgenotenwerking

·       Onhelder welke aanspreekpunten buiten Dignity worden bedoeld;

·       Geen timing, geen verantwoordelijken;

·       Bestaande slachtoffersorganisaties, waaronder MRK, worden genegeerd.

Conclusie: vrijblijvend en ondermijnend voor het bestaand slachtoffermiddenveld; geen enkele coördinatie met bestaande expertise.

6.2 Pijler 2 – Preventie en cultuurverandering

·       Herhaling van oud preventiediscours zonder nieuwe inzichten;

·       Geen analyse van eerder falen;

·       Geen afdwingbare maatregelen of sancties bij tekortkomingen.

Conclusie: intenties zonder garanties; cultuurverandering blijft een loze belofte.

6.3 Pijler 3 – Nultolerantie: toezicht, meldingen en klokkenluiders

Het beleidsplan presenteert ‘nultolerantie’ als pijler, maar MRK stelt vast dat dit geen nieuw beleid, maar een vanzelfsprekende norm is die al jarenlang had moeten gelden.

·       Toezicht blijft intern en hiërarchisch;

·       Geen onafhankelijke toetsing of externe controle;

·       Geen bindende gevolgen bij overtredingen;

·       Het plan vermeldt dat een klokkenluidersprocedure ontwikkeld zal worden, maar het plan zegt niet wat die procedure inhoudt, noch wanneer deze beschikbaar zal zijn; er is dus geen concrete bescherming, afdwingbare stappen of onafhankelijk toezicht.

Conclusie: nultolerantie en klokkenluidersbescherming worden gepresenteerd als beleidsinnovatie, terwijl ze in werkelijkheid fundamenteel verplicht waren en pas nu vaag worden aangekondigd. Zonder onafhankelijke handhaving en concrete waarborgen blijft dit louter schijnveiligheid.

6.4 Pijler 4 – Transparantie en communicatie

·       Transparantie wordt herleid tot communicatie;

·       Geen volledige openheid over beslissingen of dossiers;

·       Geen externe verificatie of verantwoording.

Conclusie: transparantie zonder controle is puur window dressing; het versterkt de schijn van beleid zonder echte verantwoording.

MRK erkent het belang van preventie en slachtofferbescherming, maar constateert dat:

·       Toepassing en naleving van beleid niet afdwingbaar zijn;

·       Effectiviteit niet systematisch wordt geëvalueerd;

·       Kerninstrumenten (zoals het celebret) geen controle- of sanctiemechanismen bevatten.

Voor slachtoffers blijft het volledig onduidelijk wie verantwoordelijk is, hoe fouten worden gecorrigeerd en hoe daadwerkelijk nultolerantie wordt afgedwongen. Het beleidsplan vormt zodoende een herhaling van oude beloften, verpakt als nieuw beleid, zonder enige waarborg dat er daadwerkelijk iets verandert

Het beleidsplan kondigt de ontwikkeling van procedures aan, maar verzuimt deze procedures zelf vast te leggen. Dit staat haaks op de beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder rechtszekerheid, transparantie en gelijke behandeling. Slachtoffers hebben nood aan bestaande, kenbare en afdwingbare procedures, niet aan de belofte dat deze op een later tijdstip zullen worden uitgewerkt.

Dit “beleidsplan” is geen plan, het vormt geen breuk met het verleden en het biedt geen enkele garantie dat de beloften daadwerkelijk worden uitgevoerd.

Volgende
Volgende

Opiniestuk: Geen beleidsplan, maar een intentieverklaring die slachtoffers negeert